Laten we vooral niet doen of dit een Matthijsprobleem is.

Illustratie: Sébastien Thibault voor Het Financieele Dagblad

Jarenlang werkte ik als tv-redacteur, maar nooit op de redactie van De Wereld Draait Door of een ander programma met Matthijs van Nieuwkerk. Ook NOS Sport staat niet op mijn cv. Toch staat er niets in het rapport van de commissie-Van Rijn dat mij choqueert of verbaast. Wat mij wel verbaast (en boos maakt) zijn al die omroepbobo’s die in kranten en talkshows verschijnen om te zeggen hoe geschrokken ze zijn.

De kracht van het rapport ‘Niets gezien, niets gehoord, niets gedaan’ is dat het een stem geeft aan de ervaringen van veel verschillende mensen. Het voorkomt dat we incidenten isoleren, waarover we dan gaan discussiëren of ze nu wel of niet ernstig genoeg zijn. Het rapport richt zich op de opeenstapeling van ervaringen die zich dag na dag voordoen. Het gaat niet om die ene opmerking, of die ene persoon, maar het rapport maakt het cumulatieve effect zichtbaar.

In mijn jaren als redacteur werkte ik bij de commerciële en de publieke omroep en bij buitenproducenten. Ik maakte daar entertainment-, nieuws- en actualiteitenprogramma’s. Overal had of zag ik ervaringen zoals die in het rapport worden benoemd. Ik ben uitgescholden en vernederd en heb bakken met seksisme ondergaan. Dat gedrag was zeker niet exclusief voorbehouden aan tv-presentatoren. Ik heb met schatjes gewerkt van grote naam en faam, en met voor het grote publiek totaal onbekende, maar dictatoriale, eindredacteuren. Met collega’s die er achter je rug alles aan deden om je eruit te werken.

Exitgesprekken

De dictatoriale types waren mannen en vrouwen, al was het seksisme wel een mannenprobleem. Overal waren leidinggevenden die avances maakten en ontelbare ongepaste opmerkingen. Functioneringsgesprekken stonden gelijk aan exitgesprekken vol kritiek, zodat men je geen vast contract hoefde aan te bieden. Een hoofdredacteur loste dat zo op: ‘Je begrijpt natuurlijk zelf ook wel dat je alleen maar bent aangenomen omdat je een charmante verschijning bent’.

Al die kortlopende contracten zijn zowel de oorzaak als het gevolg van het gebrek aan waardering voor de mensen die het onzichtbare werk doen bij de omroep. Die medewerkers worden veelal gezien als totaal inwisselbaar. En omdat je steeds weer dezelfde baasjes op andere niveaus en bij andere programma’s tegenkomt, kun je je als jonge, ambitieuze starter niet permitteren om vijanden te maken.

Gelijkenissen met de ontgroening bij het studentencorps dringen zich op. Het is zo volkomen geaccepteerd en genormaliseerd om nieuwe aanwas te vernederen en om elkaar in seksisme te overtreffen, dat de nieuwe leden er een jaar later ook aan meedoen, met een 10 voor inzet.

Predikende directeuren

En hoewel de presentatoren nu vaak als boeman worden weggezet, wordt ook met hen – ook anno 2024 – vaak ronduit onfatsoenlijk omgegaan. Zo horen ze via de media (of zien in de planning) dat ze vervangen zijn door ‘jong talent’, of dat hun programma uit de programmering is geschrapt. Intussen verdringen hun directeuren zich al dagenlang voor de camera’s om naar aanleiding van het rapport-Van Rijn ‘fatsoen moet je doen’ te prediken. Het lijkt of zij oprecht geen idee hebben hoe diep de respectloosheid is ingesleten binnen hun eigen omroep, en in hun eigen geledingen.

En ach, misschien is het logisch. De mensen die de top hebben weten te bereiken in omroepland zijn diegene die er goed in geslaagd zijn in deze giftige cultuur te overleven. Sommigen van hen is dat gelukt door tegen de stroom in fatsoenlijk te blijven, maar er zijn er te veel van hen die dat lukte door het spel van verdeel en heers, likken naar boven en schoppen naar beneden onder de knie te krijgen.

‘De mensen die de top hebben weten te bereiken in omroepland kunnen in deze giftige cultuur blijkbaar goed leven’

De korte flexcontracten en de bijkomende onderlinge concurrentie helpen daar zeker niet bij. Waarom werkt onze publieke omroep niet allang met een pool aan redacteuren die gewoon in vaste dienst zijn bij de NPO en uitgeleend worden aan omroepen en programma’s? Met professionele functionerings- en beoordelingsgesprekken en een opleidingsaanbod om te groeien. Met leidinggevenden die weten hoe je een team samenstelt en op z’n best laat functioneren. En een werkcultuur waarin mensen zich durven uit te spreken en creatief durven zijn.

De oproep om ‘normaal te doen’ van de commissie is daarom, hoe lief bedoeld ook, niet een advies dat ons verder zal helpen als we niet eerst heel precies definiëren wat we met ‘normaal’ bedoelen. Want normaal is wat de norm is, en het is nu juist die norm die in-en-in giftig is. Laat daarom de oproep zijn: wees professioneel, wees fatsoenlijk, wees aardig.

En laten we vooral niet doen of dit een Matthijsprobleem is. Het probleem is dat respectloosheid in al zijn varianten zó normaal is in Hilversum dat zelfs de eindbazen het niet herkennen.

Deze column verscheen op 10 februari 2024 in Het Financieele Dagblad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *