Probeer het eens met de waarheid

Illustratie: Sébastien Thibault voor Het Financieele Dagblad

Twintig jaar geleden overleed Pim Fortuyn. Terecht hebben we hem deze weken daarom veel gezien in kranten en op televisie. Dat komt ook doordat veel journalisten zijn opkomst intensief hebben meebeleefd. Menig chef van de Haagse redactie stond er destijds als groentje met de neus bovenop.

Ook ikzelf werkte in de jaren 00 als beginnend parlementair verslaggever, bij RTL Nieuws. Ik was in het Gooiland Theater toen Fortuyn lijsttrekker werd van Leefbaar Nederland. Toen hij tijdens ‘de nacht van Fortuyn’ weer uit die partij werd gegooid, stond ik buiten te posten bij het flatje van woordvoerder Kay van der Linden. In Nieuwspoort rook ik de walgelijke geur van de taart die hij in z’n gezicht gesmeten kreeg. Ik stond op het Mediapark toen een ambulance zijn levenloze lichaam afvoerde.

Al die gebeurtenissen volgden elkaar in razend tempo op. En in een oogwenk bleek alles anders te zijn dan we zo lang gedacht hadden.

Het maakte op mij een onuitwisbare indruk. Bovenal leerde Pim Fortuyn me een politieke les die ik nooit vergeten ben: de waarde van authenticiteit. Nog elke dag bepaalt dat mijn kijk op politiek en communicatie.

Als junior Haags verslaggever begeleidde ik Frits Wester naar zijn optreden bij talkshow Barend & Van Dorp. Voor de uitzending was er opgewonden gezoem op de redactie. Fortuyn zou die avond te gast zijn en Frits Barend en Henk van Dorp wilden hem confronteren met het gerucht dat hij homoclubs frequenteerde én een voorliefde had voor jonge Marokkaanse jongens. Hiermee zouden ze Fortuyn ‘ontmaskeren’ voor zijn achterban, voor wie dit toch zeker een brug te ver zou zijn.

In de uitzending doofde die opzet uit als een nachtkaars. Fortuyn barstte bij de confronterende vragen in schaterlachen uit. ‘En dan zeggen ze van mij dat ik een racist ben, terwijl, ik neuk met ze!’ Hij vertelde een gezonde, ongebonden man te zijn en niet in te zien waarom dat niet zou mogen. Weg was het onderwerp. De heren presentatoren zaten er wat beteuterd bij.

Die openheid over zijn seksleven was voor Fortuyn geen baldadige bui, maar kwam voort uit de doorleefde overtuiging dat hij niets had om zich voor te schamen. Want ook bij andere gelegenheden vertelde hij met trots over zijn seksuele voorkeur. Hij leek er lol in te hebben dat dat mensen soms te ver ging. ‘Heb ik weleens eerder met moslims gesproken? Ik ga zelfs met ze naar bed, meneer de imam.’ antwoordde hij op een vraag van imam Abdullah Haselhoef.

‘Fortuyn had de doorleefde overtuiging dat hij niets had om zich voor te schamen’

Ook in meer alledaagse confrontaties gleed kritiek van hem af. Op het commentaar van journalisten dat hij nogal kinderachtig was weggelopen bij een debat met GroenLinks-lijsttrekker Paul Rosenmöller, antwoordde hij: ‘Ik ben ook maar een man die kwaad kan worden en driftig is. Op zo’n moment ben ik met mijn eigen emoties bezig.’

Fortuyn was uitzonderlijk weerbaar, omdat de man volstrekt authentiek was. Een wufte en geaffecteerde dandy. Met zijn tuttige hondjes, sigaar en Bentley was hij bepaald geen man van het volk. Maar hij werd op handen gedragen, juist door mensen die hun vertrouwen in de politiek verloren waren.

Inmiddels is politieke beeldvorming een Haagse obsessie geworden. Zie het toeslagenschandaal. Zie ook de ‘functie elders’, met de val van het kabinet en een eindeloze formatie tot gevolg. Sywert-gate. De misstanden bij D66. Hoeveel ellende hadden politici zichzelf en het land kunnen besparen door gewoon een eerlijk antwoord op vragen te geven?

We zien ze vooral bezig met gladstrijken. De bal voor zich uit schoppen, zodat een probleem weer even weg is. Als het er maar goed uitziet. Maar het probleem is dat iedereen het doorheeft.

‘Democratie is niet voor bange mensen’, zeggen politici vaak. En toch wordt Den Haag bevolkt door bangeriken. Kopschuw voor de kop boven het interview. Doodsbang om een uitglijer te maken.

Maar mensen verwachten helemaal niet dat Mark Rutte perfect is. We willen dat hij oprecht is. Mensen eisen niet dat Hugo de Jonge ons foutloos door een pandemie leidt. We willen dat hij eerlijk is over zijn fouten, en dat hij ervan leert. We willen dat Sigrid Kaag ergens in gelooft en daarvoor gaat staan. Het vertrouwen in de politiek is niet laag omdat politici fouten maken, maar omdat ze die niet toegeven. Omdat ze eromheen praten. Met de woede bij de persconferentie van D66 als laatste kookpunt en dieptepunt.

Na twintig jaar lijken bewindslieden en hun voorlichters nog niet te begrijpen dat de boosheid van het volk en de pers wordt opgepord door gebrek aan oprechtheid en eerlijkheid. Leer van Fortuyn: probeer het eens met de waarheid. Als je je door angst laat leiden, krijg je precies waar je bang voor bent.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *